Regeerakkoord Rutte III: de belangrijkste fiscale maatregelen op een rij

Na een recordformatie van meer dan 200 dagen hebben de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hun plannen gepresenteerd voor de komende kabinetsperiode. Het is het derde kabinet voor premier Rutte en voor het eerst begint hij met een begrotingsoverschot. Daarom heeft het regeerakkoord de mooie titel “Vertrouwen in de toekomst” meegekregen.

Het nieuwe kabinet heeft belangrijke fiscale maatregelen aangekondigd. De meeste plannen gaan vanaf 2019 in en zijn aanvullend of wijzigend aan de belastingplannen voor 2018, die het aftredende kabinet Rutte II tijdens Prinsjesdag heeft gepresenteerd. Vanwege de politieke kleur slaat Rutte III links- en rechtsaf. Belastingverlagingen worden gecompenseerd met onder andere een snellere afbouw van de hypotheekrenteaftrek.

Om uw belastingvoordeel te benutten, hebben wij de belangrijkste maatregelen van Rutte III voor u op een rijtje gezet. Lees hieronder de belangrijkste fiscale plannen uit het regeerakkoord die betrekking hebben op uw onderneming en privé.


Inkomstenbelasting

  • Het aantal belastingschijven gaat omlaag en er komt een tweeschijvenstel met een toptarief van 49,5% voor looninkomsten. Uw financiële plaatje wordt als volgt: tot €68.600 betaalt u 36,93%, daarboven geldt het toptarief van 49,5%.
  • De aftrekbaarheid van de hypotheekrente wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd met drie procentpunt per jaar, totdat uiteindelijk slechts een aftrek tegen 36,93% over blijft. Momenteel is de beperking nog 0,5 procentpunt per jaar. Fiscaal wordt het voordeel van de hypotheekrenteaftrek dus ieder jaar lager.
  • Alle andere aftrekposten in de inkomstenbelasting, zoals zorgkosten en giften, worden in hetzelfde tempo als de hypotheekrente afgebouwd naar 36,93%.
  • Het tarief voor inkomsten uit aanmerkelijk belang stijgt naar 28,5% in 2021.

Vennootschapsbelasting

  • Per 1 januari 2018 blijft de eerste schijf in de vennootschapsbelasting €200.000.
  • Het hoge tarief in de vennootschapsbelasting gaat in stappen omlaag van 20% (eerste schijf) en 25% (tweede schijf) naar 16% (eerste schijf) en 21% (tweede schijf) per 2021.
  • Door het verbreken van een fiscale eenheid of het herstructureren van de bedrijfsactiviteiten kan optimaal gebruik worden gemaakt van het lagere tarief.
  • Momenteel is het mogelijk om verliezen van de afgelopen negen jaren vooruit te wentelen. Deze termijn wordt versoberd naar zes jaren.
  • Afschrijving op eigen gebouwen wordt beperkt tot 100% van de WOZ-waarde. Verhuurd of niet-verhuurd, dat maakt niet uit.

Dividendbelasting

  • De dividendbelasting wordt volledig afgeschaft.
  • Om een sterke aanzuigende werking naar de bv te voorkomen – en om een globaal evenwicht te houden in belastingdruk – wordt het box 2 tarief in stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021.

BTW

  • Het lage tarief, dat geldt voor onder meer levensmiddelen en diensten, gaat omhoog van 6 naar 9%.

regeerakkoord Rutte 3 fiscale maatregelen

Werkgever

Werkgevers worden gecompenseerd voor de transitievergoeding die is verschuldigd na twee jaar ziekte.

  • Voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt de loondoorbetalingsverplichting verkort naar één jaar.
  • Het pensioenstelsel wordt hervormd, waarbij onder andere een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie verplicht wordt en een persoonlijk pensioenvermogen wordt opgebouwd.
  • Partners krijgen recht op kraamverlof van vijf dagen. De werkgever moet tijdens dit verlof het loon doorbetalen. Daarnaast mag een partner aanvullend kraamverlof van vijf weken opnemen.
  • De periode waarin tijdelijke arbeidsovereenkomsten kunnen worden aangegaan, wordt verlengd van twee naar drie jaar.

ZZP’er

  • Het moet aantrekkelijker worden om werknemers in vaste dienst te nemen. Daartoe hoeven kleine werkgevers nog maar één jaar de uitkering te betalen bij ziekte. Voor het tweede jaar komt er een collectieve regeling.
  • Er komt een minimumuurtarief voor zzp’ers van tussen de €15 en 18. Zelfstandigen die dat uurtarief niet halen – vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zoals thuishulpen of schoonmakers – worden voortaan behandeld als gewone werknemers. Voor hen moeten de werkgevers dus ook werknemersverzekeringen betalen.
  • Voor veelverdienende zzp’ers wordt de zelfstandigenaftrek afgebouwd. In de toekomst kunnen zij dat bedrag niet meer tegen het hoogste belastingtarief (49,5%) aftrekken, maar slechts tegen het standaardtarief (36,9%).

Dit zijn de fiscale maatregelen die in het regeerakkoord staan. Wanneer u deze (of andere) plannen wilt bestuderen, dan kunt u hier het regeerakkoord downloaden. Uiteraard houden wij u op de hoogte als de plannen verder geconcretiseerd worden.

Lees ook > Regeerakkoord: de belangrijkste plannen voor HR en arbeidsrecht