Waarom gezondheid slecht voor je pensioen is (deel 1)

Is er een relatie tussen gezondheid en pensioen? Jazeker, en die lijkt wederkerig en slecht te zijn. Onze gezondheid heeft een slechte invloed op ons pensioen en volgens sommigen heeft ons pensioen een slechte invloed op onze gezondheid. In een tweeluik ga ik op deze (wederkerige) ongezonde relatie in. Hieronder ga ik in op de slechte invloed van onze gezondheid op ons pensioen.

De ongezonde relatie tussen pensioen en gezondheid (opinie)

In 2000 lag de gemiddelde pensioenleeftijd nog rond de 61 jaar. In 2007 begon die leeftijd te stijgen. Het percentage werknemers die op het moment van pensionering 65 jaar of ouder zijn, wordt steeds groter. In de afgelopen 10 jaar is dit percentage verviervoudigd van 15% in 2006 tot 62% in 2016. Het percentage werknemers dat voor hun 65e met pensioen gaat, is sindsdien gehalveerd (bron: CBS).

afschaffing pensioen

Stijgende levensverwachting

Deze stijgende pensioenleeftijd is met name ingegeven door onze stijgende levensverwachting. De laatste decennia is de levensverwachting flink gestegen door een gezondere levensstijl en betere gezondheidszorg. Gemiddeld leven mannen nog 19 jaar en vrouwen bijna 22 jaar na hun 65ste. De verwachting is dat de levensverwachting blijft stijgen in de toekomst.

Gezonde en ongezonde jaren

Een nuancering is wel op zijn plaats. De levensverwachting kan niet een-op-een gelijk worden gesteld met een gezonde levensverwachting. De jaren die ons resten kunnen worden opgedeeld in gezonde en ongezonde jaren. Alhoewel vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen, leven mannen en vrouwen gemiddeld ongeveer even lang in goede gezondheid. Vrouwen hebben meer jaren, maar meer ongezonde jaren in vergelijking met mannen. Deze worden doorgaans doorgebracht in ‘lichte’ ongezondheid. (bron: CBS).

Die stijgende levensverwachting is voor onze wetgever reden geweest om wetswijzigingen door te voeren die als doel hebben om werknemers langer door te laten werken om ons pensioen- en belastingstelsel vitaal te houden. Te denken valt aan:

  • De afschaffing van de fiscale faciliteiten voor vut en prepensioenregelingen;
  • de levensloopregeling;
  • vermindering van de (jaarlijkse) fiscale aftrekmogelijkheden voor pensioenen en lijfrenten door de wettelijke pensioen(richt)leeftijd te verhogen en
  • verhoging van de AOW leeftijd door deze te koppelen aan de statistische levensverwachting.

Een ander gevolg van de stijgende levensverwachting is dat de pensioenuitkeringen lager worden.


Langere uitkeringsduur

Pensioenregelingen zijn steeds minder gebaseerd op een toegezegd pensioen (een gegarandeerde levenslange uitkering), maar op een kapitaal op pensioendatum. Met dat kapitaal moet in beginsel een levenslange uitkering worden aangekocht. De stijgende levensverwachting zorgt voor een verwachte langere uitkeringsduur dan vroeger. De jaarlijkse uitkeringen worden hierdoor steeds lager, uitgaande van hetzelfde kapitaal.

Conclusie

De stijgende levensverwachting door onze gezondere levensstijl en gezondheidszorg zorgt ervoor dat we financieel pas later met pensioen kunnen en bovendien minder pensioen per jaar krijgen.

Meer weten over pensioen en gezondheid? Lees dan ook het tweede deel: Pensioen en gezondheid: een ongezonde relatie (2)