Afschaffing pensioen in eigen beheer: wat te doen met de opgebouwde pensioenpot in de B.V.?

Voor het pensioen in eigen beheer dat u heeft opgebouwd tot en met 31 december 2016 zult u vanwege het voorgestelde overgangsrecht noodgedwongen ook een keuze moeten maken in 2017. Niet kiezen is immers ook kiezen of de keuze aan een ander (de wetgever) laten!

U kunt daarom beter een bewuste keuze maken dan later moeten concluderen dat u beter af was met een andere optie. In het blog Afschaffing pensioen in eigen beheer: hoe kunt u sparen vanaf 2017? leest u over vier mogelijkheden om te gaan sparen voor uw pensioen vanaf 2017. In dit blog leest u wat u kunt doen met de reeds opgebouwde pensioenpot in de B.V.

Welke opties heeft u wat u kunt doen  met de opgebouwde pensioenpot in de bv?

  1. U kunt het pensioen onder een riante belastingkorting afkopen,
  2. U kunt het pensioen omvormen tot een oudedagsverplichting (ODV) en eventueel afstorten in een lijfrenteprodukt of
  3. U kunt het premievrije pensioen ongewijzigd in stand laten.

Er zijn advieskantoren die optie 1 adviseren als u voldoende liquide middelen in de B.V. hebt om de belastingclaim gelijk af te kopen. Optie 2 zou dan de ‘second best’ oplossing zijn voor de dga’s die niet willen of kunnen afkopen. Optie 3 zou dan een ongewenste (premievrije) voortzetting van de huidige situatie zijn. Ongewenst omdat de commerciële pensioenvoorziening door de extreem lage rente zo hoog is dat dividenduitdelingen worden geblokkeerd.

Die zogenoemde dividendklem, het gebrek aan flexibiliteit, is inderdaad ongewenst. Het is echter de vraag of het “ontklemmen” altijd fiscaal handig is.

de opgebouwde pensioenpot in de B.V.

Een geleend voorbeeld

Bas heeft pensioen in eigen beheer opgebouwd.

Fiscaal Commercieel
2015 € 280.000 € 850.000
2016 € 300.000 € 890.000

Er wordt niet gesproken over de achterliggende jaarlijkse pensioenuitkeringen die gekoppeld zijn aan deze pensioenvoorziening, maar er wordt wel gevraagd welke opties Bas heeft.

Optie 1 afkopen met korting wordt eerst doorgerekend:

  • Eerst afstempelen naar de fiscale waarde
  • Vervolgens afkoop fiscale verplichting ineens
  • Zonder revisierente
  • Wel loonheffing tegen maximaal 52%
  • Korting op de fiscale waarde per 2015
52% * (€ 280.000 * 65,5%) = €  95.368
52% * (€ 300.000 -/- € 280.000) = €  10.400
   € 105.768 (35,26% belastingheffing)

Vanaf 2017 bedraagt de inkomstenbelasting voor de tweede schijf 40,8% bij een inkomen vanaf € 19.982. Als je het zo bekijkt dan lijkt optie 1 fiscaal het meest voordelig. Echter: wanneer je kijkt naar de achterliggende pensioenuitkeringen van stel € 26.000 en de belastingschijven vanaf de AOW gerechtigde leeftijd ontstaat een ander beeld als je optie 3 premievrij in stand laten doorrekent:

AOW (gehuwden) € 10.000
Pensioen in eigen beheer € 26.000
€ 36.000

Ná AOW    IB/PVV ink bijd ZVW
Schijf 1 € 19.982 18,65% 5,40% € 4.805
Schijf 2 € 13.809 22,90% 5,40% € 3.908
Schijf 3 € 2.209 40,80% 5,40% € 1.021
Marginale belastingdruk op pensioen: 28,19% € 9.734

Als je het zo berekent lijkt het in stand houden van het pensioen op het eerste oog al tot € 21.210 minder belastingheffing te leiden dan bij de afkoopvariant. Daarbij is dan nog niet eens gekeken naar:

  • Het gemis van een gecombineerde vpb/ib aftrekpost van 40% per jaar (oprenting tot fiscaal doelvermogen) tegenover een heffing van circa 30% over de pensioenuitkering
  • Het nadeel van de box 3 heffing als de netto-afkoopsom niet direct wordt besteed
  • Het nadeel van een directe loonbelastingheffing versus de uitgestelde belastingheffing over de uitkering

Gekeken kan ook worden naar de variant van de omvormen tot een oudedagsverplichting (ODV), optie 2.
De facto wordt de pensioenuitkering van Bas in die optie verminderd van € 26.000 naar € 17.500 (= € 350.000 op AOW datum/20).

Stel  rendement: 1%

stand op AOW datum  € 350.000
Af: uitkering jaar 1 € 17.500 (= / 20)
€ 332.500
Bij: oprenting jaar 1 € 3.325 (= 1%)
Stand begin jaar 2 € 335.825
Af: uitkering jaar 2 € 17.675 (= / 19)
   enz. enz

Het voordeel van deze optie 2 is de eenvoud in de afwikkeling en de flexibiliteit (het vervallen van de dividendklem), maar ook deze variant is in dit voorbeeld fiscaal minder gunstig dan optie 3 vanwege o.a. het gemis vpb/ib aftrekpost van 40% per jaar (oprenting tot fiscaal doelvermogen) tegenover een heffing van circa 30% over de pensioenuitkering.

Om de juiste keuze te kunnen maken voor de overgangsregeling zult u eigenlijk eerst een korte financiële planning moeten maken waarbij rekening wordt gehouden met:

  • uw toekomstige andere box 1 inkomen
  • uw box 1 inkomen in 2017
  • uw box 3 positie
  • de liquiditeitspositie van uw B.V. en
  • uw winstprognoses van de B.V. en dergelijke.

Dan kunt u pas een afgewogen keuze maken voor flexibiliteit en fiscaal voordeel!