Keuze voor pensioenregeling is keuze voor pensioenuitvoerder?

Recent heeft Nationale Nederlanden een vijandig bod gedaan op Delta Lloyd om deze verzekeraar over te nemen. Centraal Beheer Achmea is gestopt als levensverzekeraar en heeft het Centraal Beheer Achmea Algemeen Pensioenfonds opgericht. Steeds meer ondernemingspensioenfondsen worden geliquideerd en verschillende bedrijfstakpensioenfondsen overwegen een fusie met elkaar. En daar tussendoor wordt de overheersende pensioenregeling in Nederland ook nog de nek om gedraaid. Waar staan we en waar gaan we naar toe bij de keuze voor een pensioenregeling?

De meest dominante pensioenregeling in Nederland is nog steeds de middelloonregeling. De meeste Nederlanders zijn aangesloten bij een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds en daar is deze pensioenregeling nog steeds leidend. Deze pensioenregeling staat zwaar onder druk met dreigende kortingen op het nominaal pensioen vanaf 2017. De beschikbare premieregeling is bezig aan een opmars en dat zou met een volgend kabinet wel eens in een sneltreinvaart kunnen gebeuren. Wat betekent een andere pensioenregeling voor de keuze voor een pensioenuitvoerder?

Rentestandcorrectie

Verzekeraars hebben tegenover pensioenfondsen altijd laten zien dat een middelloonregeling die wordt ondergebracht bij een verzekeraar gegarandeerd is. Dat klopt inderdaad, maar verzekeraars moeten vanwege Solvency II op hun balans forse verplichtingen opnemen om deze regelingen ook na te komen. Deze rekening wordt door verzekeraars doorgeschoven naar werkgevers. In het jargon heet dit een rentestandcorrectie.

Door de lage rente is deze rentestandcorrectie op dit moment meer dan 75%. Dat betekent dat bovenop de reguliere pensioenpremie een opslag komt van meer dan 75%! Is de middelloonregeling dan niet meer te handhaven? Sinds kort is er een nieuwe pensioenuitvoerder op de markt, het Algemeen Pensioenfonds (APF). Dat is een uitvoerder waarvoor een andere zekerheidsmaatstaf geldt, omdat het een pensioenfonds is. En omdat het een pensioenfonds is, is het geen gegarandeerde pensioenregeling. Ook hier kan, net als bij andere pensioenfondsen, de indexatie worden beperkt en in noodgevallen kan er worden gekort. De vraag is of er met het APF niet sprake is van een tussenoplossing.

Feitelijk beschikbare premieregelingen

Wie de verkiezingsprogramma’s voor de komende Tweede Kamerverkiezingen doorbladert ziet dat vrijwel alle partijen (met uitzondering van 50PLUS, SP en PVV) kiezen voor persoonlijke pensioenrekeningen of persoonlijke pensioenpotjes (al dan niet met het delen van bepaalde risico’s). Dat zijn feitelijk beschikbare premieregelingen die kunnen worden uitgevoerd door de verzekeraar, de premiepensioeninstelling (PPI) en het Algemeen Pensioenfonds (APF).

Een PPI mag alleen beschikbare premieregelingen uitvoeren. Er zijn steeds minder verzekeraars die nog middelloonregelingen aanbieden en er zijn steeds minder werkgevers die deze regeling nog willen. Deze ontwikkelingen tezamen kunnen ervoor zorgen dat vooral de PPI’s beschikbare premieregelingen aanbieden. Omdat verschillende verzekeraars een APF hebben opgericht die ook beschikbare premieregelingen aanbieden is het ook niet uitgesloten dat PPI’s en APF’en in de komende jaren met elkaar fuseren.

Wilt u een vergelijking maken tussen de verschillende premiepensioeninstellingen?
Kijk op de site van de PPI-vergelijker.

Kortom, er bestaat veel zekerheid over de keuze voor beschikbare premieregelingen maar het is nog onduidelijk wie deze regelingen gaat uitvoeren.

Marcel van de Grift is senior pensioenadviseur bij Retira Pensioenadviseurs.