Sjoemelsoftware: menselijk gedrag moet je voelen

Wat is de waarde van één printplaatje? Bij Intel leidt het tot miljardenwinst, bij Volkswagen tot miljardenverlies. De waarde zit dus niet in het materiaal maar in het gebruik. Door het inbouwen van misleidende software in het motormanagement kon VW emissietesten in haar auto?s in specifieke omstandigheden beïnvloeden. De fout zit niet in de software, die is prima. En het is gebleken dat deze werkt. De ernst wordt veroorzaakt door de organisatie. In het megagrote VW concern – het was net de grootste autobouwer ter wereld geworden – zit een rotte plek in ontwikkeling, toezicht en controle. En zoals zo vaak zit de fout bij de mensen en niet in de middelen.

Kenmerkende eigenschappen

In de overnamepraktijk zit hier altijd de grote vraag: wat zie ik over het hoofd? Wat gebeurt er wat ik niet weet? Voorraden kun je tellen, materieel kun je laten taxeren, maar menselijk gedrag moet je voelen. Als ik dan zo van een afstandje naar VW kijk, zie ik wel een aantal kenmerkende eigenschappen die vaak aan fraude en bedrog gekoppeld zijn.

In de eerste plaats een directie die zich niet meer voldoende laat corrigeren. Een interne organisatie waarin de transparante lijnen verstopt raken door geen luisterend oor aan de top. Een, zeker voor Rotterdamse begrippen, veel te sterke hiërarchie. Daarnaast een mentaliteit van overmoed, van altijd willen winnen. Ook kenmerkend vind ik dat er teveel vrij geld in de onderneming zit. In plaats van verdiend geld teruggeven aan de aandeelhouders, wordt het gebruikt voor directiewensen.

Voorzorgsmaatregelen

Is het bedrog zoals bij VW te voorkomen, vraag je je af. Ik denk van niet. Leugens en bedrog is van alle tijden. Maar je kunt wel voorzorgsmaatregelen nemen. Overigens vanuit de bevindingen achteraf? Veruit het belangrijkste is het bemoeilijken van de omstandigheden. Bij VW, maar dat geldt ook voor Nederlandse ondernemingen, moet er intern voldoende kritisch tegenwicht zijn voor de directie.

Geen ja-knikkende commissarissen, maar felle jonge honden die kritische vragen stellen en daarvoor beloond worden in plaats van afgestraft. Mensen binnen de organisatie die elkaar aanspreken op gedrag. In extern toezicht geloof ik wat minder, die hebben ook allemaal zo hun belangen. En als het concern te groot wordt heb je als externe toezichthouder vaak toch te weinig positie.

Dan blijft nog wel de vraag over: waarom waren het nou toch weer die Amerikanen die dit gesjoemel ontdekten en aanpakten? Waar is kritisch Europa?